maandag 11 januari 2010

Ding #19: Vriendjes maken op Web 2.0

Het is 1997. Gefrustreerd dat ik voortdurend vastloop in games als Monkey Island 2 en Duke Nukem 3D, zoek ik mijn heil op het wereld wijde web, waarop ik zojuist ben aangesloten. Na enig zoeken kom ik op het Powerweb-forum terecht, waar ik mijn vragen aan andere gebruikers voorleg. Al gauw helpt iemand me met het vinden van een oplossing.

Daarna gaat het snel. Naast het Powerweb ontdek ik andere sociale netwerksites, zoals De Digitale Stad, waar ik al gauw dagelijks gebruik van zal maken. Later volgen sites als LiveJournal en (het destijds nog niet zo pauperige) Cu2. Voor alle geldt hetzelfde principe: het zijn digitale plaatsen voor ontmoeting en gesprek.

In die begintijd is het internet nog niet zo drukbezocht. Op de weinige fora, chatsites en blogs is het tamelijk rustig. De leerlingen van mijn middelbare school die actief zijn op sociale netwerksites zijn op twee handen te tellen. Van overdaad is nog geen sprake. Daardoor hebben sociale netwerksites het karakter van een spontaan georganiseerd verjaardagsfeestje. Loodgieters praten er met hoogleraren, bij wijze van spreken. En ik vind het al heel bijzonder als ik in contact kom met iemand uit het honderd kilometer verderop gelegen Eindhoven. De gesprekken zijn dan ook vooral gezellig en beleefd.

Schoolreünie
Anno 2010 zit ik met heel andere motieven op het internet. Ik heb geen zin meer om over het weer te praten met Piet Snot. Ik ben tamelijk kritisch over het gebruik van Twitter. En de Hyves-profielen barsten van nietzeggende comments als 'Ja ik heb een leuk weekend gehad hihi lolz!!!11!!!1oneoneone'.

Vind ik sociale netwerken dan flauwekul? Zeker niet. De oplettende bloglezer weet dat ik veelvuldig gebruik maak van Last.fm en YouTube, die in essentie ook sociale netwerksites zijn. Hier spreek ik met respectievelijk muziekliefhebbers en filmfanaten over onze gedeelde passies. En op professioneel vlak maak ik gebruik van sites als Bibliotheek 2.0 en Erfgoed 2.0. Dáár zit te meerwaarde van sociale netwerken.

Ook Hyves en MySpace bieden de gebruiker de mogelijkheid zich bij subgroepen aan te sluiten. Zo'n groep bestaat uit mensen die iets met elkaar delen, bijvoorbeeld eenzelfde interesse of een opleiding. Maar er stoort me iets aan dit soort profielensites. Bij Hyves en MySpace staat immers niet de inhoud centraal, maar de gebruiker zelf. Het heeft een groot 'kijk mij eens'-gehalte. Niet zelden zie ik wanhopige pogingen van mensen om toch vooral cool over te komen. Hyves is een onafgebroken schoolreünie waar iedereen liegt over zijn baan en auto.

Bibliotheken en sociale netwerken
Rest de vraag: wat kan de bibliotheek doen met sociale netwerken? Je kunt op Hyves een subgroep 'De Bieb' aanmaken en een kleurrijke schare aan leden verzamelen, maar wat doe je daar vervolgens mee? Waar moeten die leden het over hebben? Straks zit ik alsnog met Piet Snot over het weer te praten.

Mensen hebben uiteenlopende interesses, die ze graag met lotgenoten willen delen. Daar kun je als bibliotheek op inspelen. Je zou bijvoorbeeld sociale netwerkjes rondom allerlei onderwerpen kunnen faciliteren. Je kunt filmliefhebbers bij elkaar brengen, of verzamelaars van antiek, noem maar op.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de bieb gaat wedijveren met bestaande sociale netwerken. Dat is onbegonnen werk. De kans dat de bibliotheek de Internet Movie Database gaat vervangen, is erg klein. Maar de bieb heeft wel een groot voordeel: ze is lokaal. Zo zouden filmfans uit dezelfde plaats hun ervaringen in de plaatselijke bibliotheekvestiging kunnen uitwisselen. Als bibliotheek kun je daar allerlei activiteiten omheen organiseren. Mogelijkheden te over.

Voor social networking geldt hetzelfde als voor alle andere Web 2.0-toepassingen waarmee ik de afgelopen tijd heb kennisgemaakt. Je kunt er oppervlakkig mee communiceren, maar je kunt er ook hele waardevolle dingen mee doen.

3 reacties:

  1. Leuk om de nostalgische pionierservaringen van een 90ties webgebruiker te lezen.

    Toch blijft het subjectief...de een vind het juist leuk om met Piet Snot te keuvelen over niks, en dat moet ook kunnen....toch?

    Het zijn juist de niet jongeren onder ons die al snel een sociaal netwerk beoordelen op verantwoordheid en nut....moet ook kunnen.

    grt irene

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ha Irene, trouwe bloglezer! :) Ik vind Piet Snot op gezette tijden ook een toffe gesprekspartner, hoor. Leuk vind ik bijvoorbeeld de Klaagbaak van het Fok!forum. Ik heb er zelf geen account, maar ik kan me uren vermaken met het lezen van die berichten.

    Ik vind het echter irritant als ik op sociale netwerken op zoek ben naar informatie of interessante gesprekken en er staan een hoop 'hihi' en 'joeperdepoep'-posts doorheen. De overdaad aan geneuzel maakt het moeilijk om de interessante berichten eruit te vissen.

    Dat is een beetje de pest van internet: het informatieaanbod is overweldigend. Ik denk niet dat de wereld behoefte heeft aan nog meer geneuzel. Het is nu tijd om uit dat reusachtige aanbod de kwalitatief goede dingen eruit te pikken. Daar ligt een schone taak voor de bibliotheek, toch?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Absoluut, daar ligt een taak voor o.a. de bieb.
    maar ach, wat het 'geneuzel' betreft verschilt het internet geen spat met het echte dagelijkse leven.....toch?

    Enne, espresso....not my cup of.....coffee. :)

    grt irene

    BeantwoordenVerwijderen