Krijg je in Ding #16 de kans om allerlei mooie YouTube-filmpjes aan te dragen, vergeet je potdosie de allerbeste van ze allemaal!
Bij dezen op de valreep nog de knaller van 2009!dinsdag 29 december 2009
zondag 27 december 2009
Ding #16: Video killed the radio star
En van de podcasts gaan we naar de wereld van video's. Gesneden koek voor mij, aangezien ik dagelijks gebruik maak van sites als YouTube, Vimeo en Google Video.Zoals Twitter voor 99 procent gelul in de ruimte is, barsten ook de videosites van de troep. Veel filmpjes zijn onbegrijpelijk, vervelend of ronduit tergend. Toch zijn er ook 'aardige' flauwe videos Omdat ze inmiddels tot de Canon van de Webcultuur zijn gaan horen. Omdat je jeugdheld erin meespeelt. Of omdat ze je leren hoe je acteur Christopher Walken moet imiteren.
Daarnaast zijn er wel degelijk kwalitatief goede videos te vinden. Geregeld bekijk ik via genoemde videosites Britse comedyseries. Deze zijn vaak illegaal geupload, met het nadeel dat de Sicherheitsbeamten van BREIN en Buma/Stemra ze er vaak weer afplukken. De sites bieden verder hoogwaardige informatie in de vorm van bijvoorbeeld documentaires, interviews en animaties.
En wat zijn de toepassingen van videosites voor de bibliotheekbranche? Bieb Blog, de briljante blog van de Bibliotheek Vlissingen, embed geregeld filmpjes in de berichten, ter ondersteuning van het verhaal. Slim aangepakt. Een bewegend beeld zegt immers meer dan duizend woorden.

Naast andermans video's kun je als bieb ook je eigen filmpjes maken en met je gebruikers delen. Zo zou je een evenement dat binnen de muren van je bibliotheek plaatsvindt, op video kunnen vastleggen en die op het web zetten. Op die manier bereik je een groter publiek dan alleen de mensen die in levenden lijve aanwezig zijn geweest.
Verdient het gebruik van vodcasts de voorkeur boven podcasts? Ik vind van wel. Beeld spreekt veel meer tot de verbeelding dan geluid alleen. Bibliotheken, laat podcasts linksliggen. Ga voor film. Video did, indeed, kill the radio star.
donderdag 24 december 2009
Ding #15: 23Dingen maakt er een podje van
Podcasting is *zo* 2005!Tenminste, ik vermoed dat ik in dat jaar voor het eerst en ook voor het laatst een podcast heb beluisterd. Voor Ding #15 ben ik meteen op zoek gegaan naar die oude vertrouwde website vanwaar ik wekelijks radioprogramma's in mp3-formaat binnenhaalde. Die blijkt inmiddels ter ziele, spoorloos verdwenen in de Grote Vergetelheid van het Internet.
Niet getreurd: de cursusinstructie geeft een hoop tips voor het vinden van een nieuw favoriet radiostation. De kerstdagen staan voor de deur, dus lijkt SkyRadio mij een passende keuze. Met een simpele muisklik beluister ik het streaming radiostation via de speakers van mijn computer. Pomtiedom. Na de vierde keer Band Aid in vijf minuten tijd, heb ik het wel weer een beetje gehad.
We gaan op zoek naar een *goed* radiostation. Er schiet me iets te binnen. Een tijdje terug kon ik via mijn Last.fm-account een voor mij op maat gemaakt radiostation beluisteren. De hele dag muziek naar mijn smaak! Dus op naar Last.fm. Teleurstelling: voor deze optie moet nu plotseling worden betaald. Hè hè, dan kan ik net zo goed een duurbetaald cd'tje opzetten.
Op Gespod en Radiocast zoek ik verder naar interessante podcasts. Het is mogelijk je op de hier aangeboden stations te abonneren. Handig, want nieuwe uitzendingen krijg je d
an meteen binnen op je RSS reader. Nieuwsgierig klik ik op het Jiskefet kanaal. Hmm, het blijken geen radioprogramma's, maar videofilmpjes van het bekende cabarettrio te zijn. VODcasts dus. Daar gaan we bij Ding #16 verder op in.Bibliotheken als DOK Delft en Waterweg bieden eveneens podcasts. Bij Waterweg heb ik even moeten zoeken naar de podcastdienst, alvorens een hele instructie te doorploegen. Dan heeft DOK het slimmer aangepakt: onderaan op de startpagina staat een geïntegreerde speler met podcasts. Eén klik en je krijgt de podcast te horen.
Zouden andere bibliotheken ook baat hebben bij dit medium? Nou en of. Naast een biebblog behoort elke bibliotheek eigenlijk een eigen podcast te hebben. Boekbesprekingen, interviews, gesproken columns van (plaatselijke) schrijvers... ik zie het wel zitten. Maar laten we niet te hard van stapel lopen. Ding #16, video's, moet nog langskomen; wellicht is bewegend beeld een nóg beter medium voor bibliotheken om in contact te treden met de gebruikers.
Ten slotte nog een hot tip van deze historicus: wie net als ik niet genoeg kan krijgen van het verleden, kan zich abonneren op de podcast van OVT.
Labels:
23dingen,
podcast,
podcasting,
podcasts,
radio,
rss,
rss feeds,
streaming audio,
streaming media,
Web 2.0
woensdag 23 december 2009
zaterdag 19 december 2009
Ding #14: 'Good moaning, I have a massage for you.'
Deze keer een zeer vertrouwd onderwerp. Zeg maar gerust 'old school'. Het moet 1998 zijn geweest toen ik het chatprogramma ICQ op mijn Pentium 75mHz installeerde. Dagen en nachten heb ik doorgebracht met het converseren met bekenden en minder bekenden. Nederlanders, Amerikanen, Ieren, Chinezen, Japanners en zelfs een verdwaalde Kazachstaan heb ik mogen spreken. Dit alles tot wanhoop van mijn beide ouders, die de telefoonrekening tot ongekende hoogten zagen oplopen (de internetverbinding, beste kinderen, liep toen nog via de vaste telefoon).In het glasvezeltijdperk ben ik overgestapt op MSN Messenger, dat een stuk makkelijker in gebruik is, maar minder mogelijkheden biedt voor het aanspreken van onbekenden. Maar ach, mijn 'wilde' chatperiode zit er inmiddels toch al op. Tegenwoordig is mijn buddy list tamelijk constant en spreek ik voornamelijk met bekenden.
De gesprekken die ik voer zijn meestal informeel. Maar zijn er ook zakelijke toepassingen voor instant messaging? Jazeker. Tussen collega's bestaat de mogelijkheid om te overleggen via programma's als Skype of MSN. De Library School maakt geregeld gebruik van FlashMeeting. Vanaf elke plek in het land kan ik dan contact houden met de leiding in Heerlen. Het sterke punt van instant messaging is dan ook het snel communiceren over een grote afstand.
Bij Ding #13 spraken we over online kantoortoepassingen als Google Docs
. Eigenlijk is dit officepakket alweer hopeloos achterhaald. Docs' opvolger, Google Wave, is momenteel in ontwikkeling. Wave combineert het aspect van gezamenlijk aan een document werken met een chatfunctie. Zo wordt collegiaal samenwerken nóg eenvoudiger.
. Eigenlijk is dit officepakket alweer hopeloos achterhaald. Docs' opvolger, Google Wave, is momenteel in ontwikkeling. Wave combineert het aspect van gezamenlijk aan een document werken met een chatfunctie. Zo wordt collegiaal samenwerken nóg eenvoudiger.Instant messaging kan eveneens gebruikt worden naar de klanten toe. Diverse bedrijven hebben hun helpdesk met een live chat uitgebreid. Zelfs medische vragen kunnen in een oogwenk worden beantwoord. Een medewerker aan de andere kant kan je dan direct met raad en daad bijstaan. En als iets niet duidelijk is, kan men meteen doorvragen. Via e-mail zou dit aanzienlijk meer tijd kosten.
Ook de bibliotheken zetten instant messaging in om contact te houden met hun gebruikers. Sinds een jaar of drie bestaat de mogelijkheid om via Al@din chat vragen te stellen. Ik open het chatvenster en verheug me op een prettig gesprek met een bibliotheekmedew
erker. Ik kom van een koude kermis thuis: 'Helaas is er momenteel geen medewerker in staat om aan uw oproep gehoor te geven'. Natuurlijk, het is na sluitingstijd en iedereen is allang naar huis. Ik stuit op hetzelfde probleem als ik de chatfunctie van een Canadese universiteitsbibliotheek uitprobeer. Dat is een nadeel van instant messaging: het is erg aan tijd gebonden.'Op den duur zal instant messaging e-mail gaan vervangen', zeggen sommige critici. Ik geloof daar niet zo in. Er zal altijd behoefte blijven bestaan naar een communicatiemiddel dat minder direct is, waarbij het 'trage' juist een voordeel is. Bijvoorbeeld omdat je dan goed kunt nadenken hoe je je boodschap wilt formuleren. Of omdat jij en de ander niet tegelijkertijd beschikbaar zijn. Je kunt het vergelijken met de 'oude' communicatiemiddelen: ook de telefoon heeft de brief niet geheel vervangen.
Labels:
23dingen,
aladin,
chat,
chatten,
communicatie,
FlashMeeting,
Google Wave,
ICQ,
instant messaging,
MSN,
MSN Messenger,
Skype,
Web 2.0
vrijdag 18 december 2009
Ding #13: 'Avoid employing unlucky people. Throw half of the pile of CVs in the bin without reading them.'
Tijd voor kantoorzaken. Regelmatig schrijf ik verslagen, bereid ik presentaties voor en heel soms - God verhoede het - maak ik een spreadsheet. Lange tijd heb ik dat keurig gedaan met behulp van het Microsoft Office-pakket. Ongeveer een jaar geleden ging ik thuis over op OpenOffice. Geen schokkende ervaring, want dit pakket verschilt niet van zijn Microsoft-broertje, behalve dat het gratis is.Stel, ik heb met een collega het symposium 'Radicale leesbevordering onder bonobo's in Zimbabwe' bezocht en ik wil hierover een verslag schrijven. De gebruikelijke manier: ik open Word en ik noteer mijn ervaringen. Vervolgens sla ik het document op en verstuur het per e-mail naar mijn collega, die dan zijn eigen aanvullingen invoert.
Best omslachtig, nietwaar? Erger nog: ik heb mijn versie al naar mijn collega verstuurd, maar ik ben iets essentieels vergeten te vermelden. Ik pas het document aan en verstuur een nieuwe versie. Mijn collega heeft inmiddels mijn eerdere versie al aangepast en teruggestuurd. Verwarring alom.
Om het nog erger te maken: ik ga de volgende dag op reis en ben voor verdere communicatie toegewezen op internetcafés (ik weet het: hopeloos ouderwets in deze tijd van laptops en hippe telefoons, maar ze zijn beide op het vliegveld gestolen). In het internetcafé open ik mijn mailaccount, maar de computer waarop ik werk heeft geen kantoorsoftware. Ik kan mijn document niet openen!

Wat een pech! Zou het niet fantastisch zijn als ik op elke computer met internetverbinding - waar ook ter wereld - kon werken aan mijn documenten? En zou het niet mooi zijn als ik ze dan direct met anderen kan delen? Nooit meer geneuzel over versies, iedereen heeft dan altijd de meest actuele versie voor zich.
Terug naar het hier en nu. Voor deze cursus maak ik na het afronden van elk Ding gebruik van Google Docs. Met 21 anderen houd ik in een voortgangsformulier bij. Erg handig. Toevallig zie ik dat mijn medecursiste Ria heeft genoteerd dat zij Ding #12 op '29 december 2009' heeft afgerond. Aangezien die datum in de toekomst ligt en dus niet kan kloppen, pas ik het aan naar '29 november'. Vervolgens geef ik aan dat ik zojuist mijn Ding #13 heb afgerond. Opslaan en klaar is Kees.
Al met al is online kantoorsoftware verrekte handig, maar het is de vraag of ik vanaf nu elk document via deze weg ga maken. Dat gevoel heb ik met meer applicaties die ik bij deze cursus heb leren kennen. Ze zijn onmiskenbaar doeltreffend, maar het kost moeite om oude gewoonten te veranderen. Het zal nog wel even duren voordat ik het (Open)Office-pakket geheel links laat liggen en Google Docs tot mijn standaard kantoorsoftwarepakket maak. Het begin is in ieder geval al gemaakt.
Labels:
23dingen,
Google Docs,
online kantoorsoftware,
Web 2.0
donderdag 17 december 2009
Ding #12: Twitter
Ik meld me aan en schrijf mijn eerste tweets...
Ik bezoek een aantal Twitter-accounts van bibliotheken en het valt me op dat ze voornamelijk links naar andere websites uitspuwen. Geen zinnig woord waaróm ik juist op die links moet klikken. Ik denk dat het juist de meerwaarde van de bibliotheek is om achtergronden en context te bieden. Zeker, de meester kenmerkt zich in de beperking, maar waarom dan geen blogbericht van honderd, tweehonderd woorden?
Okee, misschien veroordeel ik teveel het medium, terwijl er fundamenteel niks mis mee is. Het schort eerder aan het gebruik ervan. De cursusinstructie vergelijkt Twitter met een kroeg. Ik kan dat geheel beamen: het is een plek waar een hoop onzin wordt uitgekraamd, maar soms, tussendoor, vang je een interessant gesprek op.
Gelukkig biedt de zoekfunctie de mogelijkheid om het kaf van het koren te scheiden. Ik typ de naam van mijn woonplaats in en ik krijg een hoop actuele tweets over gestrande treinreizigers die vanwege sneeuwbuien de stad niet kunnen bereiken. Ha, actualiteit! Nu komen we op een sterk punt van Twitter: snelheid. Dankzij de real time updates ben ik eerder geïnformeerd dan via RTL Nieuws of Nu.nl. Zo kan ik me voorstellen dat je je abonneert op de tweets van NLspoorwegen.
Ondanks de alomtegenwoordige oppervlakkigheid is er dus toch nog iets positiefs aan Twitter. Zijn er toch minder draken aan de horizon dan ik dacht.
woensdag 16 december 2009
Ding #11: Wiki's
Een mysterieuze ziekte aan boord heeft de ontdekkingsreis een poosje lamgelegd. Nu er weer genoeg vers water en fruit is ingeslagen, hijst de kapitein het anker en zetten we weer koers naar de wereld van Web 2.0. Hey-ho en een fles met rum, op naar de wiki's!Een wiki is een website waarop gebruikers samen kunnen werken aan een document of website. Ze kunnen eenvoudig content toevoegen, bewerken en verwijderen. De bekendste wiki is Wikipedia, de vrije online encyclopedie. Vrijwel dagelijks zoek ik hier naar informatie over uiteenlopende onderwerpen. Je raakt er nooit uitgekeken: omdat duizenden mensen hier hun kennis delen, is er meer te leren dan wanneer je de Winkler Prins uit de kast zou trekken.
De techniek achter Wikipedia, de wiki, leent zich niet alleen voor encyclopedieën, maar ook voor andere toepassingen. Toen de vorige projectleider van Mijn Gelderland vertrok
, heeft hij een interne wiki opgezet om zijn kennis aan de andere medewerkers over te dragen. Bovendien kunnen medewerkers nu snel en eenvoudig informatie uitwisselen. Nu ik er zo over denk, zouden we hier veel vaker gebruik van kunnen maken.Een andere, geschikte toepassing van een wiki vind ik de publiekswiki van de bibliotheek Deventer. Deze wiki is 'een interactieve website van de Openbare Bibliotheek Deventer. Hier kunt u zelf artikelen schrijven die iets te maken hebben met Deventer. U heeft bijvoorbeeld een verhaal geschreven over Deventer. U weet iets over een historische plek of bekende Deventenaren. Of u bent een inwoner en u heeft een gedicht geschreven dat u graag met anderen wilt delen. U kunt het allemaal kwijt in de wiki.obdeventer.nl.'
Co-creatie tussen bibliotheek en gebruiker - dat klinkt mij als muziek in de oren! Wellicht is het een idee om (een deel van) Mijn Gelderland op te zetten als wiki. Gebruikers kunnen dan snel, gemakkelijk en zonder uitgebreide ICT-kennis hun eigen verhalen toevoegen en bewerken. Bijkomend voordeel: in een wiki is het eenvoudig linken van de ene naar de andere pagina. In een artikel kun je een woord highlighten, en als je daar dan op klikt, word je voor uitleg doorgestuurd naar het betreffende artikel.
Toch zal niet iedereen staan te springen om makkelijk aan te passen wiki-sites. Critici wijzen erop dat elke
gek naar believen iets kan toevoegen, zonder dat het waarheidsgehalte ervan betwist wordt. Een site als Oncyclopedia, een parodie op Wikipedia, draait geheel om dit punt van kritiek. Wiki's hebben niettemin een aantal mogelijkheden om zich voor vandalisme te beschermen.Tijd om de 23 Dingen wiki te bezoeken en zelf aan de slag te gaan. De structuur van deze wiki oogt tamelijk chaotisch, omdat het aan heldere afspraken en regels ontbreekt. Wanneer maak je een nieuwe pagina aan, wanneer een nieuwe map? En wat zijn de regels voor de layout? Afijn, het is natuurlijk een zandbak waarin cursisten dingen kunnen uitproberen. Een 'officiele' wiki als Wikipedia hanteert daarentegen nauwomschreven regels voor toevoegen en bewerken. Dat komt de leesbaarheid en kwaliteit van de artikelen ten goede.
Om te beginnen bewerk ik de wiki over games door mijn eigen favoriet toe te voegen. Ook bewerk ik een entry over Londen. Ten slotte voeg ik dit blog toe aan de lijst met weblogs. Hartstikke leuk om te doen, al heb ik een beetje raar gevoel. Hetzelfde gevoel had ik onlangs tijdens een workshop schilderen. Daar kreeg ik de opdracht om met tien anderen op één doek te schilderen. Hoewel het uitdrukkelijk de bedoeling was om over elkaars werk te kladden, vond iedereen het niet gemakkelijk om andermans inspanningen 'teniet' te doen. Met de wiki heb ik dat ook. Soms jeuken je handen om entries aan te passen, maar een bepaald gevoel houd je tegen. Ik denk dat ik het bewerken van wiki's meer moet zien als 'verder ontwikkelen' dan 'tenietdoen en corrigeren'. Alleen met die instelling kan een wiki in omvang en kwaliteit groeien.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
